3D model van Lidar data

Terwijl de zomervakantie ten einde kwam en Fabklas weer in zicht zou komen, ging ik een beetje rond kijken op instructables voor een nieuw project. Al snel vond ik een interessant project, namelijk deze: http://www.instructables.com/id/Make-3d-Printed-Topo-Maps-of-Anywhere/. Deze persoon had een ‘makkelijke’ manier gevonden om van (Lidar) data van het internet een 3D model te maken. Dit wilde ik natuurlijk ook proberen.

img_0165

De nodige Lidardata kan je onder andere vinden op de site van Open Topography. Hier heb ik de gegevens van een compleet willekeurig, mooi uitziend gebergte gedownload en deze verder bewerkt om er uiteindelijk een printbaar 3d-model van te maken. Met een gratis account is er een maximale grootte van het gebied te downloaden, maar dit is ruim voldoende.

img_0163img_0141

De bestanden die je krijgt moet je één of twee keer uitpakken, hieruit krijg je dan een .LAS file. Dit bestand open je vervolgens in een nieuw programma. Ik heb hier 3DEM Terrain Visualization voor gebruikt, maar een vergelijkbaar programma kan natuurlijk ook. Hierna heb ik het programma AccuTrans 3D gebruikt om er een 3D (dus .stl) bestand van te maken (de precieze stappen staan onderaan de blog, omdat deze niet echt boeiend zijn als je niet zelf zo’n model maakt). Als laatste stap is het handig om het bestand te ‘fixen’. Hierdoor wordt je model aan de onderkant wat vlakker gemaakt zodat het makkelijk te printen is. In de instellingen van je 3D-printer kan je dan als ondersteuning de gridvorm kiezen, zodat de print een grondvlak krijgt en stevig wordt. Daarna print je het gewoon, ik heb zelf voor een medium quality gekozen en dit duurt ongeveer 12 uur. Als laatste heb ik nog een stukje blauw vilt op de bodem geplakt om het netjes af te werken.

img_0153img_0167

Het uitgebreide stappenplan:
Data verzamelen
http://opentopo.sdsc.edu/lidar
kies plaats, selecteer data (kleiner dan 50.000.000)
kies LAS formaat bij punt 2
kies grid format GEO TIFF bij punt 3a en 3b
geen vinkje bij punt 4
geen vinkje bij punt 5
kies naam bestand en emailadres
–> mail als het klaar is, allebei de bestanden downloaden

Data verwerken
GZ File zippen –> TAR File zippen –> TIF File
of –> TIF File (ligt aan welk programma)

Data naar 3D
open Las File in 3DEM terrain visualization
(selecteer eerst Lidar Point Cloud (las))
pop up specification –> druk op ok
klik op ‘File’
klik op USGS ASCII DEM
sla bestand op

open .dem bestand in Accutrans 3D:
(klik op file –> open DEM as –> USGS 1-Degree (ASCII)
klik op DEM (taakbalk) –> Convert to 3D (less water)
kies 1,2,4 of 8 (let bij ‘vertices’ op kleinst mogelijke getal) –> ok
klik op tools (tools 1 als er meerdere zijn) –> adjust object
vul bij scale – position voor x,y en z ‘.1’ in. –> scale
set min at 0.0.0
center x,y and z no change
klik op tools –> Extrude Pseudo 2d surface –> flat bottom
opslaan als .stl bestand
netfabb.com of meshlab –> fixen
printen

Programma’s:
3DEM: http://freegeographytools.com/2009/3dem-website-is-gone-but-3dem-still-available-here
Accutrans 3D: http://www.micromouse.ca/downloads.html
Meshlab: https://sourceforge.net/projects/meshlab/files/latest/download?source=top3_dlp_t5

 

Vakantieproject: de bloemetjes buiten zetten

pallet3

Wat doe je als je net vakantie hebt, een lelijke tuinmuur van beton en een europallet van twee meter hoog?

Je maakt er een verticale bloembak voor tegen de muur van natuurlijk!

Het begin:

Eerst maakt je natuurlijk een bouwplan:bouwplan

Lijstje:

  1. 1 pallet van 120 bij 200 bij 11 cm
  2. 3 a 4 zakken tuinaarde
  3. Een hele hoop plantjes
  4. 40-60 schroeven
  5. Een zaag, accuboor (met kopjes), pen en meetlint

Het idee en uitvoering:pallet groot

Het idee was om eerst de palet in drie stukken te zagen: hierdoor hou je twee rekken en tien planken over. zie het plaatje hiernaast (dit plaatje is van het internet omdat we vergeten waren zelf een foto te maken voordat we gingen zagen)

 

toen we dat gedaan hadden kregen we dit:       ⇒rek

De planken die we eruit hadden gehaald konden we daarna gebruiken voor de onderkant van de bloembakken.

Dat ziet er dan zo uit:   Bloemetjes en aarde erin:pallet 5bloe,

En dan het eindresultaat:eindresultaat

nu rest alleen nog maar opruimen :-(

gemaakt door Tom en Bram Bosch

met dank aan de pallet van Peter

longboard diy

De Meesterproef

In de eerste klas tijdens science waren we al druk aan het fantaseren over wat we zouden maken, als het zover was.

En nu is het zover.

Hier keek ik al zes jaar naar uit. Hét moment om te laten zien wat je in de eerste drie jaar van je schoolcarrière bij science en de laatste twee of drie jaar bij NLT hebt geleerd. De uitgelezen kans om de geleerde technieken en vaardigheden in de praktijk toe te passen en je eigen project van A tot Z te regisseren en uit te voeren zonder enige vorm van regels of richtlijnen.

Ondanks de grote hoeveelheid hightech apparatuur die we in de sciencevleugel tot onze beschikking hebben, besloot ik een project te kiezen waarbij oldschool handwerk de boventoon zou voeren. Uitzondering op die door mij zelf gestelde regel is de lasercutter, want normaal gesproken laat ik geen kans lopen om (een van de twee :D) door mij geliefde lasercutters bij mijn project te betrekken, zo ook deze keer niet. Want een dag niet gelasercut, is een dag niet gelee(r/f)d 😉

Mijn project?
Mijn eigen longboard ontwerpen en bouwen…

En waar begin je dan?

Bij het ontwerp uiteraard! Ik begon met het uittekenen en uitdenken van een aantal ontwerpen en probeerde alle benodigdheden op papier te zetten. Omdat ik nog een beetje twijfelde over het ontwerp (wel/geen concave? Dropthrough of topmount? Wel/geen dropped deck? Welke shape?), liet ik meerdere opties open en besloot ik een globale schets te maken in plaats van een gedetailleerde tekening. Voor de foto’s, zie de galerij onderaan.

Omdat ik nog geen duidelijke visie had qua longboard ontwerp, heb ik een pers/mal gemaakt die ik in de lengte, breedte, hoogte en vorm aan kon passen. Zo is de mal geschikt om alle soorten longboards, snowboards, ski’s en andere boards te persen. De vorm van het board wat je wilt maken bepaal je door middel van uitneembare schotjes. Op veertien plekken in de pers heb ik gaten geboord voor schroefdraad, waardoor je de mal met behulp van moertjes steeds steviger kan aandraaien om meer kracht op het board uit te oefenen. Om de concave (bolling in de breedte) en convex (bolling in de lengte) van mijn toekomstige longboard precies te kunnen bepalen, heb ik in CoralDraw schotjes ontworpen van 30 cm breed met hoeveelheid concave die ik op verschillende plekken van het longboard wenste. Een aantal kleine reken- en ontwerpfoutjes en een hoop rekenwerk verder, was de pers klaar om gebruikt te worden.

Nu is het tijd om de lagen hout en glasvezel op elkaar te lijmen met epoxy. Een spannende stap, want epoxy is naar spul en je merkt pas bij het eindproduct of je genoeg epoxy tussen de houtlagen hebt gedaan. Voor mijn longboard heb ik vier lagen van 3mm dik Russisch berkentriplex met in het midden een laag glasvezel (voor de stevigheid) gebruikt. Als je flex (flexibiliteit) in je board wilt, is deze combinatie niet aan te raden, maar zelf wilde ik juist een stijf longboard. Nadat alle lagen op elkaar zaten, heb ik de plank (met hulp van Rolf en Anda, dank jullie wel 😉 ) in de pers gelegd en hebben we alle moeren zo strak mogelijk aangedraaid.

48 uur later is de epoxy uitgehard en het hout in de juiste vorm geperst, dus kan de plank uit de pers worden gehaald. Ik heb de plank met een figuurzaag in de juiste vorm gezaagd, maar na het zagen kwam ik erachter dat ik op een plek niet genoeg epoxy had gebruikt, waardoor de houtlagen een beetje loslieten van elkaar. Om dat op te lossen heb ik nog wat epoxy tussen de losgelaten lagen gesmeerd en de houtlagen met een hoop lijmklemmen op elkaar gedrukt. Een paar dagen later heb ik de klemmen eraf gehaald en bleek dat de lagen nu wel goed op elkaar gelijmd zijn. Gelukkig!

De plank had ik al globaal in de juiste vorm gezaagd en voordat ik ging schuren heb ik de puntjes op de i gezet met de figuurzaag en de schuurmachine. Met een kleine schuurmachine heb ik het hele board geschuurd en geprobeerd mijn plank zo symmetrisch mogelijk te maken, wat nog erg lastig bleek! Het is verstandig om tijdens zagen en schuren een mondkapje te dragen, zeker als je met glasvezel werkt. Glasvezel is naar. Geloof me. Maar goed, het hele longboard is nu geschuurd.

Ondertussen heb ik ook nog een testje gedaan met ledstrips onder epoxy, omdat ik onder mijn andere longboard ledlichtjes had bevestigd, en ik dacht dat ik ze misschien ook in dit longboard zou kunnen verwerken, maar dan ónder de laklaag. De test slaagde, maar uiteindelijk heb ik in mijn ontwerp geen ledstrips gebruikt.. Misschien bij een volgend board 😉

Ik heb hem mee naar huis genomen om te lakken, eerst één laag en met tussenpozen van 24 uur nog drie lagen erbij, zodat het hout mooi glimt en het board goed beschermd is tegen regen en andere Nederlandse ongemakken.

Nadat de lak gedroogd was, heb ik het board weer mee naar school genomen en heb ik geprobeerd de trucks evenwijdig aan elkaar op het board te plaatsen (wat best nog een een opgave is als je board niet precies symmetrisch is!). Eigenlijk durfde ik geen gaten in mijn prachtige boardje te boren, maar na een hele hoop nameten en twijfelen, zitten er nu acht geboorde gaten in en passen de trucks er perfect op!

Het uur voordat we ons eindproduct moesten presenteren heb ik mijn longboard afgemaakt (stress? Neehoor, het was precies zo gepland! 😉 ). Met de lasercutter heb ik een (zelfontworpen) palmboom en mijn initialen in het griptape gelasercut. Snel het griptape op mijn board plakken en de overtollige randen afsnijden en… Hij is klaar!

Mijn zelfgebouwde longboard is af! Stiekem is hij nog mooier geworden dan ik voor aanvang van dit project had durven dromen.. Na een aantal testritjes blijkt dat mijn board, naast heel mooi, ook nog een heel goed is! Hij rijdt lekker en soepel, een prima boardje dus! Het enige wat nog mist is een graphic aan de onderkant van mijn board, die ga ik komende week maken, samen met mijn broer. Als de tekening af is, krijgt dit blog waarschijnlijk nog een een update :)

Ik kan niet wachten tot mijn volgende project (misschien nog wel een klein longboardje), maar de komende maand gaan andere dingen even voor (iets van examens ofzo…) 😉

Project Centenbakkie

Een paar maanden terug opende ik mijn eerste rekening bij de ING (een jongerenrekening). Ik kreeg een mooi tasje met wat codes erin om online te bankieren. ik had 1 vraag aan de medewerker bij het ING kantoor: wat moet ik nou met mijn muntjes en briefjes geld? Haar antwoord was dat ik dat gewoon aan hun zou kunnen geven door het op de bank te zetten via zo’n automaat in dat kantoor. Ik vond dat wel een leuk idee maar ik wilde niet al mijn duur gespaarde muntjes gelijk in zo’n acentebakkieutomaat doen en ze dan terugzien om mijn computerscherm. Ik dus weer een oplossing proberen te bedenken voor dit probleem. Tinkercad was weer mijn oplossing. Ik ging aan de slag en bedacht het centenbakkie. Mijn eerste poging zie je hier rechts. De maten van de muntjes heb ik opgezocht op het internet, die waren makkelijk te vinden. De vorm van het centenbakkie is te verklaren: in iedere buis kan €4 dus 80 muntjes van €0.05, 40 muntjes van €0.10, 20 muntjes van €0.20, 4 munten van €1,- en 2 munten van €2,-. ∑= €24,-. Om van die €24,- een mooi bedrag te maken heb ik de €1,- iets verhoogt zodat er nog 1 munt bijpaste en daardoor het totale bedrag uitkwam op €25,-.

Het printen duurde ± 4 uur. Van het printen heb ik een time lapse gemaakt. Die kan je hieronder bekijken.

Als je dit zelf ook wilt printen hier een link: link

Project Houthok

In juni 2015 ben ik verhuisd naar een prachtig huis met een tuin en een open haard. In mijn vorige huis had ik dat allebei niet tot mijn spijt. Als huiscadeau hebben wij een hele hoop hout gekregen wat nu netjes door mijzelf opgestapeld is in de tuin onder 2 afdakjes. Het enige probleem is: waarom steeds naar buiten moeten om hout te halen voor de open haard als het regent of het hout is net allemaal opgebrand? De oplossing: een kleiner houthok binnen wat je een paar keer van hout voorziet om er daarna plaatje 1een tijdje mee te kunnen stoken. Ontwerpen dus maar! Ik dus zoeken naar wat mooie 3D software om iets realistisch te laten zien. Ik kom uit bij Tinkercad, een gratis programma van Autodesk®. Precies wat ik nodig had (je kan het gratis downloaden in de Windows 10 app store of gewoon op tinkercad.com gebruiken)! Na lang klooien en veel instructievideo’s van YouTube is dit het resultaat: (plaatje rechts) het heeft 4 vakken voor hout en het is erg grplaatje 2oot. De maten zijn: 60cm x 60cm x 40 cm. De zijkanten zijn dus 60×40 cm en de onderkant ook. Het ingewikkelde gedeelte ligt alleen in het kruis in het midden, deze lengtes zijn allebei even lang en precies 85 cm. In het midden van de 2 planken die het kruis vormen zit een sleuf zodat ze in elkaar glijden en daardoor goed passen. Alle planken zijn 12mm dik multiplex. Op het plaatje hier links zie je alles iets beter hoe het in elkaar zit.

Na de goedkeuring van mijn ouders en broertje heb ik alles in het bestelformulier van FABklas gezet en gevraagd of Mr. Kloen het voor mij wilde bestellen. Dat is min of meer gelukt, de eerst volgende FABklas had Mr. Kloen de materialen, hij had ze goed doorgegeven aan de fabriek, maar de fabriek heeft ze niet goed op maat gemaakt. Dus had ik een probleem. De 2 planken die het kruis in het midden vormden waren niet 85cm maar 80; te kort dus. Ik dus de stelling van Pythagoras in het echt gebruiken en niet alleen in een wiskunde boek, dat was nieuw voor mij. Ik had besloten om de rechter en linker zijkanten aan te passen want dat leek mij het handigst. Dan kom je op zoiets als figuur 1.

plaatje 3plaatje 4

Figuur 1                                               Figuur 2

Als je dat dan uitwerkt krijg je figuur 2. Dan komt er dus uit dat ik de 2 zijkanten van 60cm naar 53cm moet verkorten. Dat heb ik dus gedaan en na een hoop gezaag op de figuurzaagmachine en een paar gebroken zaagjes waren allebei de planken netjes 53 cm lang. Ik zit niet voor niets op school, op school leer je dingen, zoals de stelling van Pythagoras! Op school mag je ook fouten maken, want van fouten leer je… Maar de net netjes bij gezaagde planken bleken te kort zijn! Ik heb er nog heel vaak de berekening opnieuw gedaan maar ik kwam er niet uit, uiteindelijk heb ik het aan mijn vader gevraagd of hij het wist. Hij wist het, het was namelijk zo dat ik niet rekening had gehouden met de dikte van de planken. Ik had de planken namelijk als dunne blaadjes papier gezien. Ik heb alles mee naar huis genoplaatje 5men en daar zo goed mogelijk in elkaar gezet, mijn vader en ik moesten alleen nog wel oplossing bedenken voor het probleem van de te korte planken. De oplossing: we hadden nog een plint gevonden in onze eigen kluskamer, die hebben we zo gegutst zodat hij paste op de randen van de schuine zijde en de rechte zijde, daarna hebben we hem vastgelijmd en gespijkerd. Als laatste iets heb ik het geheel nog gelakt en het  resultaat zie je hiernaast met het hout er al in. Klaar!

 

Zoveel meer te maken! Een alternatief voor…

camera_750Afgelopen weekend mocht ik meehelpen om op het Teacher Maker Camp de deelnemers te helpen hun idee te realiseren. Ik was “markercoach”. Normaal vind ik de rol van coach verschrikkelijk, maar dit weekend was het geweldig. Er waren 32 mensen uit het uit onderwijs bij elkaar gekomen, van PO, VO, MBO tot HBO, om de mogelijkheden van deze tijd te ervaren. Om een duik in de wereld te nemen van wat we nu Maker Education of Maakonderwijs noemen. Voor sommigen was het ook echt een duik in het diepe. Maar…het resultaat was geweldig! Dezelfde magische sfeer ontstond zoals die we ook zien bij leerlingen bij ons op school. Wat een motivatie en wat zijn er steile leercurve bedwongen! Daarover zullen hopelijk later de deelnemers nog bloggen. Als begeleider heb ik ook weer veer geleerd maar vooral enorm genoten.

En er viel mij wel iets op. Dat is de aanleiding voor deze blogpost.

Wat me opviel is dat bijna alle mensen met ervaring op het Teacher Maker Camp de 3D-printer niet echt serieus nemen. Best leuk, gave voorbeelden gezien maar duur, lastig, onhandig, traag, storingsgevoelig en onbevredigend. Wat mij betreft is dat (helaas) nog de 3D experience. Het is haast een soort lakmoesproef. Vind je de 3D-printer helemaal geweldig en geschikt voor het onderwijs dan heb je er nooit echt mee gewerkt. Of je hebt een hele dure. Tegelijkertijd is de 3D-printer hét apparaat waar iedereen opduikt. Wanneer je naar de verlanglijstjes vraagt staat deze vaak op nummer één. Als er dan een 3D-printer is weet men er vaak niet mee te werken. Dit hoorde ik van een aantal mensen in het PO. Dat is jammer. Er is veel geld geïnvesteerd, dan wil je ook resultaat.

In het PO is vooral het pakket van 3Dkanjers erg populair. Het is knap dat er zoveel leerlingen bereikt zijn met dit concept. Het werkt als volgt: je bouwt onder begeleiding een eigen 3D-printer. Daarna krijg je kort wat ondersteuning en toegang tot een digitale gemeenschap.(het feit dat die gemeenschap niet openbaar is, is overigens geheel tegen de principes van de Maker Movement).

3DP_3DklHet begin is dan ook te gek. Samen met je klas een echte 3D-printer bouwen, maakt ontzettend veel enthousiasme los. Ze begrijpen het apparaat en hij is meteen een beetje van hen. Dat gun je elke klas! Maar daarna… Dan staat er een apparaat dat je eigenlijk niet serieus kan nemen of in ieder geval heel erg eenzijdig is. Dan ebt het enthousiasme weg. En daar ben ik zo bang voor.

Daarom wil ik, ingeven door de vele vragen van leerkrachten wat te doen, wat te kopen, een alternatief geven. Een alternatief om op z’n minst veelzijdig te kunnen werken. Wanneer je toch een 3D-printer hebt of wil, koop dan bijvoorbeeld dit boek. Daar staan hele bruikbare ideeën in.

Je zou het volgende lijstje een mini-makerspace kunnen noemen. Het is aan te schaffen voor €2595, precies evenveel als het pakket van 3Dkanjers. Omdat sommige leerkrachten het prettig vinden wat ideeën te hebben om mee te starten heb ik leuke boek van Josh Burker als uitgangspunt genomen. Hier staan hele concrete lesideeën in die vaak breed in te zetten zijn. Overigens zijn over alle ideeën ook genoeg online bronnen te vinden.

Het lijstje is niet zaligmakend maar bedoeld als alternatief voor de eenzijdige 3D-printer. Eerst was er het idee om het de hoeveelheden zo te kiezen dat je altijd met een hele klas aan de slag kan. Dit heb ik losgelaten om toch een wat breder beeld te geven van de mogelijkheden.

Vinylsnijder: Bart Bakker (lees zijn blog!), de FabLab pionier, riep op het Teacher Maker Camp op dit apparaat te kopen. Hij heeft gelijk. Dit apparaat is geweldig: goedkoop, simpel en heel divers. Het is net als de 3D-printer een apparaat om aan digitale fabricage te doen. Leerlingen ontwerpen in de digitale wereld om het vervolgens fysiek in handen te hebben. Dat is iets enorm krachtigs. Het voordeel van de vinylsnijder is dat het ontwerpen 2D is. Dit is relatief makkelijk en iets wat kinderen al gewend zijn. Het meest simpel is het om bijvoorbeeld tekeningen te scannen en daarna uit te snijden. De stap daarna met een vectorprogramma zoals bv het gratis Inkscape, dingen te ontwerpen. Vaak zit er bij de snijder ook een simpel programma zoals bij de snijder die op dit lijstje staat, de Silhouette Cameo. Wat ook kan is het programmeren van plaatje met het gratis TurtleArt of Beetleblocks. Kosten voor een startpakket incl. materiaal: €309.

Transferpers: Een gouden combi met de vinylsnijder. Met een transferpers druk je speciaal materiaal op een t-shirt. Veilig en zonder textiel te verpesten. Je kunt leerlingen stukjes laten knippen en daarna persen, of je kunt een digitaal ontwerp uitsnijden met de vinylsnijder en daarna op stof persen. Kosten €300.

Hummingbird kit: Dit is een robotkit maar anders dan je denkt. Alle spullen om een robot te bouwen zitten erin: diverse motoren, sensoren, LEDjes. Wat ontbreekt is het bouwmateriaal. Daar wordt karton, tape, rietjes, papier-maché of wat je maar kan bedenken, voor gebruikt. Dit sluit vaak goed aan op wat er op school al is. Leerlingen kennen het materiaal. Alles wat je wilt maken, is mogelijk. Nadeel is dat er altijd een computer aan vast moet zitten. Het programmeren kan op heel veel manieren maar o.a. met Scratch. De programmeertaal (in het Nederlands!) voor het PO die ook thuis voor leerlingen gratis beschikbaar is. Over Scratch zou je alleen al bloggen kunnen volschrijven. Dat wordt gelukkig ook gedaan. Het is een hele levendige gemeenschap. De Hummingbird kit kan ook nog eens dubbelen als Arduino. De Arduino (of Genuino, zoals deze van heden heet buiten de USA) is een programmeerbare chip met ook een hele grote gemeenschap eromheen. Kortom van onderbouw tot leerkrachten inzetbaar. Kosten voor een klassenset (4 controllers en een stapel LEDs, motoren en sensoren) €935.

LEGO WeDO: Nog een robotset maar dan van LEGO. Een goedkoper alternatief dan de hummingbird kit. Deze staat in de lijst omdat er een project in het geweldige boek van Josh Burker staat, omdat leerkrachten er enthousiast over zijn en omdat je het LEGO dat er al op school is op een andere manier kan gebruiken. Er zit een simpele programmeeromgeving bij of je gebruikt weer Scratch! Mooi om als stap voor de Hummingbird kit te gebruiken. Kosten: €150.

MakeyMakey: Moet ik dit nog toelichten? De aanrakingsgevoelige controller die je op zoveel manieren kunt gebruiken! Met water, kopertape, potlood, papier, karton, klei…wat niet? Zonder programmeren maar ook met programmeren. Ook hier weer heel krachtig en simpel met Scratch. Zie je hoe Scratch als verbinding tussen te verschillende materialen kan dienen? Dat geeft nog meer mogelijkheden (handleiding hier) Een controller met de MakeyMakey waarmee je een robot bestuurt. Hieronder een voorbeeld. Wat mij betreft een vaste waarde voor elke school. Kosten €50.

Snijmat: Zoals uit de beschreven materialen naar voor komt is dat alles goed samengaat met papier en karton. Een goede snijmat is dan een must. Goedkoop en duurzaam. Kosten €10.

Snijmesje: Scherp en gevaarlijk. Dure mesjes zijn vaak beter hanteerbaar en daardoor minder gevaarlijk. Wij vinden dat je leerlingen hier vroeg mee moet leren omgaan. Kosten €10.

Kopertape: Wanneer je met een MakeyMakey werkt zijn geleidende materialen handig om in huis te hebben. Kopertape werkt goed en is makkelijk te krijgen. Aluminiumfolie en lijm werkt overigens ook. Ontwerp een schakelaar! Kosten €10.

Bare paint (geleidende verf): Hier gaat het zelfde op als voor de kopertape. Daarnaast kan je er ook mee schrijven of grotere oppervlakte mee doen. Het is ook handig voor de hoekjes en de gaatjes waar geleiding nodig is. Kosten €8.

LED: Wanneer er toch zoveel geleidend materiaal is is de stap om een ledje (LED=Light Emitting Diode, een licht-uitzendende diode, een lampje, zeg maar) te laten branden heel klein. Dit kan je doen met klei of met circuitjes op papier. Het internet staat er vol mee. Kosten (met een beetje zoeken) €0,04.

Knoopcelbatterij: Om een ledje aan de praat te krijgen heb je een batterij nodig. Deze zijn makkelijk hanteerbaar en goed te combineren met LEDs. Kosten (8) €2.

Geleidende garen: Om nog een project in Invent to Learn: Guide to Fun te kunnen doen heb je alleen dit materiaal nodig. Zo kan je textiel uitrusten met LEDjes, bijvoorbeeld een knuffel. Het patroon van de knuffel heb je eerst ontworpen en uitgesneden met de vinylsnijder natuurlijk. Kosten €3,5.


Al met al heb je een hele diverse set die weinig to geen onderhoud vergt. Het materiaal is duurzaam, toegankelijk en combineert goed met elkaar. De mogelijkheden zijn eindeloos. Het enige wat je nog echt mist is de verbeeldingskracht van kinderen. Je kunt hiermee, naast elf van de dertien projecten uit het boek, nog veel meer doen. Een interactieve robot, een controller ontwerpen, een interactieve knikkerbaan, T-shirts maken, glas graveren, stickers maken, geprogrammeerde patronen teken of uitsnijden, sjablonen maken, raamversiering maken…het is allemaal mogelijk. Ik noem de projecten in het boek met opzet niet, het punt lijkt me duidelijk. Met deze set is veel meer mogelijk dan alleen een 3D-printer. Ik hoop dat het een mooie manier om te beginnen is. Dichtbij met wat je al kent, wat je als hebt. Voor alle leerlingen bereikbaar. Begin met de projecten uit het boek, leer het materiaal, de apparatuur en de manier van werken kennen. Dan komen de ideeën daarna echt vanzelf. Veel plezier met het avontuur!

Hier de hele set als lijst.

De FABklas is weer begonnen!

LegoborddetailAfgelopen vrijdag was de eerste sessie van de FABklas in dit schooljaar. Het is alweer het derde jaar dat we draaien. Ik had de avond ervoor slecht geslapen maar dat bleek eigenlijk onnodig. Ondanks dat we best wat nieuwe leden hadden, was het meteen een goede sessie. Meer dan goed eigenlijk, er is een cultuur ontstaan. Elkaar helpen, bezig zijn, lachen en lekker eten. Het is allemaal normaal geworden. Het is nog steeds ontroerend om te zien hoe leerlingen uit verschillende lagen, niveau en leeftijd, van de school zo met elkaar bezig zijn. Het contrast tussen het de ontspannen sfeer en het soms keiharde leren is daarbij de bonus. En dat allemaal in hun vrije tijd op vrijdag van 16.00 tot 19.00 uur. Het idee van de FABklas werkt eigenlijk veel beter dan het ooit bedacht is en dat komt door alle geweldige mensen, leerlingen en docenten, die er hun energie instoppen.

Dat betekent niet dat het niet beter kan. Er zijn echt wel zaken die wat jeuk geven. Het echt afmaken van projecten blijft bijvoorbeeld achter bij wanneer we dit in ons reguliere programma doen. Hoe krijgen we de omgeving zover dat het uitnodigt om het project helemaal af te maken? Ik dacht aan een soort ‘Hall of Fame’ waarbij de producten worden vastgelegd. Misschien moet ik meer gebruik maken van de Spin van MIT die Arjan heeft geregeld. Het is nog zoeken naar een goede vorm, ik lees nog wat literatuur uit Stanford. Hét idee is er nog niet.

LegobordWat ons ook niet beviel was het leanboard. De FABklas kent met opzet heel weinig structuur. De structuur die er is, is geleend uit de LeerKRACHT methodiek. Het leanbord is een statusbord waaromheen we ons bij de start en het einde verzamelen. Het is simpel, we beginnen met de vraag hoe iedereen zich voelt. Daarna vertelt elke deelnemer kort wat hij/zij gaat doen en of er hulp nodig is. Aan het eind komen we allemaal even kort terug op het proces van die dag en werken de deelnemers een statusbalkje bij waar ze de vorderingen bijhouden. Het werkt eigelijk heel goed maar…het was zo’n lelijk bord! Twee kastdeuren zijn met whiteboardfolie omgetoverd tot leanboard. Die folie werkt niet, teksten zijn lastig te verwijderen, wanneer je een tekst verwijdert met meer moeite dan je van een whiteboard mag verwachten, blijven er vlekken achter. Kijk maar in dit filmpje. Dat kan anders en het kan beter. Het idee kwam ik in een tweet van een van de vele makerspaces die ik volg. Een leanboard van Lego! Gewoon wat Lego-grondplaten tegen de kast en daarna met steentjes letters maken. Voor het saaie zakelijk stuk van het bord heb ik voor degelijk rood gekozen.
We kunnen verder kort zijn. Het bord ziet er geweldig uit en alle deelnemers gingen er direct mee spelen. Helaas was de Lego al snel op. Wel echt een verbetering!

Een ander punt is dit blog. Het is ooit bedoeld als een plek voor de leerlingen om te gebruiken. Om hun vorderingen te delen. Dit is een belangrijk punt in de Maker Movement. Na twee jaar proberen weet ik dat een blog niet de juiste vorm is. Ik neem het ze niet kwalijk, ik sta ook enigszins op gespannen voet met het geschreven woord. Door een tweet van Rob van Bakel, de flipkoning uit Brabant (check hier zijn kanaal),  hoorde ik van een Boogie Board. Een simpel apparaat dat werkt als een digitaal notitieblok.

Het leek me in eerste instantie een geweldig apparaat voor in de les. Je kunt namelijk een aantekening maken en deze tegelijk, via je computer, op de beamer laten zien. Daarna kan je aantekeningen opslaan en bijvoorbeeld nog versturen naar een leerling die de les heeft gemist. Later bedacht ik me dat het zo superlaagdrempelig is. Het werkt snel en ook hier wil iedereen even mee rommelen. Een prima eigenschap wanneer je graag wat woorden van de deelnemers van de FABklas wil vangen. Daarnaast is het gewoon ook een fysiek ding.

Aan het begin van een sessie geef ik het fysiek apparaat aan één van de deelnemers. We hebben naast een kastmeester (degene die erop toeziet dat de FABklas-kast netjes blijft) nu ook een blogbeurt. Schrijf wat over je eigen project, ga als een reporter langs alle deelnemers, maar leg iets van deze sessie vast zodat we het kunnen delen. De opgeslagen notities komen in mijn Evernote waarna het maar een kleine stap is om die op dit blog te plaatsen. Best een briljant plan. Tot je thuis Evernote opent. Hieronder volgen een aantal van de opgeslagen notities. Niet allemaal dus. U kunt wellicht raden wat je allemaal kan uithalen als leerling. De details zal ik u besparen maar afgaande op wat ik zag is biologie een populair vak. Gelukkig maar! Hopelijk na elke sessie steeds meer een verbetering :-)

Per-Ivar Kloen

De beker van Victor

Schermafbeelding 2015-05-05 om 22.47.13Victor Hupe is een enthousiaste leerling van de FABklas. Hij zit in 5 VWO en was vanaf het begin (het schooljaar 2013/2014) bij de FABklas van de partij. Zijn eerste project was een houten fiets. Uren en uren heeft hij besteed aan het bestuderen van de fiets en het vertalen van de fietstechniek in hout. Een prachtig leerproces waarbij hij vooral alles zelf heeft uitgezocht en als resultaat had dat hij inderdaad een houten fiets maakte waar (heel voorzichtig) op te fietsen was. Hij heeft er de pers nog mee gehaald. Victor: “Mijn pa zei: maak bijvoorbeeld eens een fiets. Ik dacht: dat kan ik eigenlijk wel.

Een week of drie geleden lag Victor in bed en kom niet slapen, “dan komen de beste ideeën” Hij dacht aan de McDonalds beker die hij zojuist gehanteerd had. “Zou het niet gaaf zijn als er al een handafdruk in de beker zit?” Hij brainstormde de volgende dag wat met zijn pa. Conclusie: “Ik maak een beker met een gleuf erin. Voor kinderen. ”.

IMG_6682 Een beker dus die voor kinderhanden makkelijk vast te houden is. Eerste maakte hij een “negatieve beker” van een stuk makkelijk te bewerken balsahout. Met de schuurmachine en de zaagmachine was dit snel gemaakt. Met deze “negatieve beker” probeerde Victor een positieve beker te maken met de vacuümvormer. Deze vacuümvormer maakt een stuk plastic zo warm dat hij vervormbaar. Dat stuk plastic wordt over de vorm (in dit geval de beker) gelegd en de lucht wordt eronderuit getrokken. Dan wordt het plastic over de vorm heen getrokken.

BEKERHelaas werkte dit niet helemaal goed. Het was een te diep ontwerp: het plastic kon de bodem niet bereiken. Even met de docenten van de FABklas overlegd en besloten het te maken met de 3D printer. Het programma Tinkercad is daar uitermate geschikt voor. Victor leerde de basisbeginselen van het programma tijdens de informaticales in een lesuur; “heel handig dat het een online tool is, kon ik er overal aan werken. Na een paar iteraties Whatsappte Victor zijn FABklas leraar. Of hij het uit mocht komen printen. “Vanzelfsprekend!” is dan natuurlijk het antwoord. Samen met onze onvolprezen TOA, Rolf zette hij de betrouwbare Felix printer aan. Het is een prototype dus op de “slechtste” (lees meest grove) instellingen. Vier en half uur later was de printer klaar.

nichtjeneefjeNa even gecheckt te hebben of PLA “food safe” is (en dat is het), nam Victor het mee naar zijn neefje en nichtje. Laurens en Sophie. Na een beetje wennen voelde het voor beiden heel natuurlijk. Wel merkte Victor op dat het voor de grotere handen van Sophie iets lastiger was. Verder kent de beker nog wat scherpe randjes waar Victor nog aan wil werken.

Als hij helemaal af is, printen we hem nog een keer netjes en gaan dan eens kijken of we hem in een ander materiaal kunnen laten printen bij Shapeways bijvoorbeeld.

Hoe dan ook een schitterend voorbeeld van een leerling die zichzelf dingen leert om mooie dingen te maken.

Kijk! FABklassers!

In de reeks Jong geleerd 2.0 bracht Mijn Kind Online (onderdeel van Kennisnet) een nieuwe brochure uit over de mogelijkheden die Maker Education biedt aan het onderwijs.

Schermafbeelding-2015-03-18-om-21.10.44Met veel interviews: Berry Nieskens van het Hyperion, Robin Platjouw over zijn Makerslab op de Basisschool, Erik Hofmanover het vak Design & Innovation op het VMBO-TL Focus in Harderwijk en zijn leerling Robin die een app maakte, de twee leerlingen Jos en Joren die de Sudokuplotter maakten (en daar hier ook al over schreven) en Marten Hazelaar een van de docenten van de FABklas van de Populier en twee van zijn leerlingen: Lotte met haar zelfgemaakte bel en Victor met zijn houten fiets.

Zeer lezenswaardig en vol tips. Klik hier om de brochure te downloaden.

Bezoekje aan de FABklas

i1Vrijdagmiddag 20 februari, start van de voorjaarsvakantie in Den Haag. Uitgelaten springen leerlingen op de fiets naar huis. Maar niet allemaal. In het sciencelokaal van De Populier wachten zo´n 20 leerlingen op de start van FABKLAS. Ze gaan vandaag weer mooie dingen maken. Wat motiveert deze leerlingen om na schooltijd op school aan het werk te blijven? Deze vraag speelt al dagen in mijn hoofd.

Docenten Per-Ivar Kloen en Arjan van der Meij openen met veel vrolijkheid de les: voelen jullie je ok, heb je zin? Iedereen vertelt wat hij of zij vandaag wil doen. Direct worden de uitdagingen ervan benoemd en eventueel hulp aangeboden. Na de aftrap stort iedereen zich op een schaaltje M&M´s en gaat aan de slag. De rector van De Populier, Henk Ordelman,  vertelt me hoe belangrijk hij het vindt dat het soms een feestje is op school. Hij maakt daar graag ruimte voor. Het is duidelijk dat hij trots is op de docenten van het scienceteam.

i3De leerlingen gaan enthousiast aan het maken. Ze werken aan verschillende ontwerpen voor een broedmachine, kattenbak, robotarm, ijsauto, leddomino, houten doosje en camerastabilisator. Trots laten ze het resultaat zien aan medeleerlingen en docenten als het goed gaat. Intussen worstelen ze met een zaagmachine die niet door het hout komt, een autootje dat maar half wil rijden, ledlampjes die het niet doen en verkeerd gelijmde onderdelen van de kattenbak. De docenten helpen waar nodig. Ze genieten mee.

Wat is hier nu de magie, waarom zijn deze leerlingen en docenten zo gemotiveerd? Ze vinden het allemaal echt heel leuk, maar waarom? Sommige leerlingen zeggen dat het ´t maken van dingen is, waar ze zo enthousiast van worden. Anderen vinden het vooral leuk omdat ze interessante dingen leren, zoals ontwerpen en programmeren. Ook noemt een aantal leerlingen de manier van werken, het ´helemaal zelf doen´. Wat er als resultaat uit komt, verrast vaak.

i12De Fabklas is buiten schooltijd en alleen voor kleine en vaste groep leerlingen. Het is een soort mix van knutselclub en een scienceles. Zou zoiets tijdens de reguliere lessen ook kunnen? En vooral: wat werkt wel en wat werkt niet? Is het ´t maken, zijn het de enthousiaste docenten of zijn het de 21st century skills? En is dit soort lessen wel in te passen in het onderwijs? Kost het niet teveel tijd en wat leren leerlingen er nu precies? Interessante vragen om verder op te puzzelen.

Het enthousiasme en motivatie blijft zichtbaar aanwezig, de hele Fabklas. Tussendoor is er eten. Grappig om te zien dat de meeste leerlingen dit rap wegwerken om verder te kunnen knutselen. Je krijgt zin om mee te doen!

Inge de Wolf