Maandelijks archief: oktober 2015

Zoveel meer te maken! Een alternatief voor…

camera_750Afgelopen weekend mocht ik meehelpen om op het Teacher Maker Camp de deelnemers te helpen hun idee te realiseren. Ik was “markercoach”. Normaal vind ik de rol van coach verschrikkelijk, maar dit weekend was het geweldig. Er waren 32 mensen uit het uit onderwijs bij elkaar gekomen, van PO, VO, MBO tot HBO, om de mogelijkheden van deze tijd te ervaren. Om een duik in de wereld te nemen van wat we nu Maker Education of Maakonderwijs noemen. Voor sommigen was het ook echt een duik in het diepe. Maar…het resultaat was geweldig! Dezelfde magische sfeer ontstond zoals die we ook zien bij leerlingen bij ons op school. Wat een motivatie en wat zijn er steile leercurve bedwongen! Daarover zullen hopelijk later de deelnemers nog bloggen. Als begeleider heb ik ook weer veer geleerd maar vooral enorm genoten.

En er viel mij wel iets op. Dat is de aanleiding voor deze blogpost.

Wat me opviel is dat bijna alle mensen met ervaring op het Teacher Maker Camp de 3D-printer niet echt serieus nemen. Best leuk, gave voorbeelden gezien maar duur, lastig, onhandig, traag, storingsgevoelig en onbevredigend. Wat mij betreft is dat (helaas) nog de 3D experience. Het is haast een soort lakmoesproef. Vind je de 3D-printer helemaal geweldig en geschikt voor het onderwijs dan heb je er nooit echt mee gewerkt. Of je hebt een hele dure. Tegelijkertijd is de 3D-printer hét apparaat waar iedereen opduikt. Wanneer je naar de verlanglijstjes vraagt staat deze vaak op nummer één. Als er dan een 3D-printer is weet men er vaak niet mee te werken. Dit hoorde ik van een aantal mensen in het PO. Dat is jammer. Er is veel geld geïnvesteerd, dan wil je ook resultaat.

In het PO is vooral het pakket van 3Dkanjers erg populair. Het is knap dat er zoveel leerlingen bereikt zijn met dit concept. Het werkt als volgt: je bouwt onder begeleiding een eigen 3D-printer. Daarna krijg je kort wat ondersteuning en toegang tot een digitale gemeenschap.(het feit dat die gemeenschap niet openbaar is, is overigens geheel tegen de principes van de Maker Movement).

3DP_3DklHet begin is dan ook te gek. Samen met je klas een echte 3D-printer bouwen, maakt ontzettend veel enthousiasme los. Ze begrijpen het apparaat en hij is meteen een beetje van hen. Dat gun je elke klas! Maar daarna… Dan staat er een apparaat dat je eigenlijk niet serieus kan nemen of in ieder geval heel erg eenzijdig is. Dan ebt het enthousiasme weg. En daar ben ik zo bang voor.

Daarom wil ik, ingeven door de vele vragen van leerkrachten wat te doen, wat te kopen, een alternatief geven. Een alternatief om op z’n minst veelzijdig te kunnen werken. Wanneer je toch een 3D-printer hebt of wil, koop dan bijvoorbeeld dit boek. Daar staan hele bruikbare ideeën in.

Je zou het volgende lijstje een mini-makerspace kunnen noemen. Het is aan te schaffen voor €2595, precies evenveel als het pakket van 3Dkanjers. Omdat sommige leerkrachten het prettig vinden wat ideeën te hebben om mee te starten heb ik leuke boek van Josh Burker als uitgangspunt genomen. Hier staan hele concrete lesideeën in die vaak breed in te zetten zijn. Overigens zijn over alle ideeën ook genoeg online bronnen te vinden.

Het lijstje is niet zaligmakend maar bedoeld als alternatief voor de eenzijdige 3D-printer. Eerst was er het idee om het de hoeveelheden zo te kiezen dat je altijd met een hele klas aan de slag kan. Dit heb ik losgelaten om toch een wat breder beeld te geven van de mogelijkheden.

Vinylsnijder: Bart Bakker (lees zijn blog!), de FabLab pionier, riep op het Teacher Maker Camp op dit apparaat te kopen. Hij heeft gelijk. Dit apparaat is geweldig: goedkoop, simpel en heel divers. Het is net als de 3D-printer een apparaat om aan digitale fabricage te doen. Leerlingen ontwerpen in de digitale wereld om het vervolgens fysiek in handen te hebben. Dat is iets enorm krachtigs. Het voordeel van de vinylsnijder is dat het ontwerpen 2D is. Dit is relatief makkelijk en iets wat kinderen al gewend zijn. Het meest simpel is het om bijvoorbeeld tekeningen te scannen en daarna uit te snijden. De stap daarna met een vectorprogramma zoals bv het gratis Inkscape, dingen te ontwerpen. Vaak zit er bij de snijder ook een simpel programma zoals bij de snijder die op dit lijstje staat, de Silhouette Cameo. Wat ook kan is het programmeren van plaatje met het gratis TurtleArt of Beetleblocks. Kosten voor een startpakket incl. materiaal: €309.

Transferpers: Een gouden combi met de vinylsnijder. Met een transferpers druk je speciaal materiaal op een t-shirt. Veilig en zonder textiel te verpesten. Je kunt leerlingen stukjes laten knippen en daarna persen, of je kunt een digitaal ontwerp uitsnijden met de vinylsnijder en daarna op stof persen. Kosten €300.

Hummingbird kit: Dit is een robotkit maar anders dan je denkt. Alle spullen om een robot te bouwen zitten erin: diverse motoren, sensoren, LEDjes. Wat ontbreekt is het bouwmateriaal. Daar wordt karton, tape, rietjes, papier-maché of wat je maar kan bedenken, voor gebruikt. Dit sluit vaak goed aan op wat er op school al is. Leerlingen kennen het materiaal. Alles wat je wilt maken, is mogelijk. Nadeel is dat er altijd een computer aan vast moet zitten. Het programmeren kan op heel veel manieren maar o.a. met Scratch. De programmeertaal (in het Nederlands!) voor het PO die ook thuis voor leerlingen gratis beschikbaar is. Over Scratch zou je alleen al bloggen kunnen volschrijven. Dat wordt gelukkig ook gedaan. Het is een hele levendige gemeenschap. De Hummingbird kit kan ook nog eens dubbelen als Arduino. De Arduino (of Genuino, zoals deze van heden heet buiten de USA) is een programmeerbare chip met ook een hele grote gemeenschap eromheen. Kortom van onderbouw tot leerkrachten inzetbaar. Kosten voor een klassenset (4 controllers en een stapel LEDs, motoren en sensoren) €935.

LEGO WeDO: Nog een robotset maar dan van LEGO. Een goedkoper alternatief dan de hummingbird kit. Deze staat in de lijst omdat er een project in het geweldige boek van Josh Burker staat, omdat leerkrachten er enthousiast over zijn en omdat je het LEGO dat er al op school is op een andere manier kan gebruiken. Er zit een simpele programmeeromgeving bij of je gebruikt weer Scratch! Mooi om als stap voor de Hummingbird kit te gebruiken. Kosten: €150.

MakeyMakey: Moet ik dit nog toelichten? De aanrakingsgevoelige controller die je op zoveel manieren kunt gebruiken! Met water, kopertape, potlood, papier, karton, klei…wat niet? Zonder programmeren maar ook met programmeren. Ook hier weer heel krachtig en simpel met Scratch. Zie je hoe Scratch als verbinding tussen te verschillende materialen kan dienen? Dat geeft nog meer mogelijkheden (handleiding hier) Een controller met de MakeyMakey waarmee je een robot bestuurt. Hieronder een voorbeeld. Wat mij betreft een vaste waarde voor elke school. Kosten €50.

Snijmat: Zoals uit de beschreven materialen naar voor komt is dat alles goed samengaat met papier en karton. Een goede snijmat is dan een must. Goedkoop en duurzaam. Kosten €10.

Snijmesje: Scherp en gevaarlijk. Dure mesjes zijn vaak beter hanteerbaar en daardoor minder gevaarlijk. Wij vinden dat je leerlingen hier vroeg mee moet leren omgaan. Kosten €10.

Kopertape: Wanneer je met een MakeyMakey werkt zijn geleidende materialen handig om in huis te hebben. Kopertape werkt goed en is makkelijk te krijgen. Aluminiumfolie en lijm werkt overigens ook. Ontwerp een schakelaar! Kosten €10.

Bare paint (geleidende verf): Hier gaat het zelfde op als voor de kopertape. Daarnaast kan je er ook mee schrijven of grotere oppervlakte mee doen. Het is ook handig voor de hoekjes en de gaatjes waar geleiding nodig is. Kosten €8.

LED: Wanneer er toch zoveel geleidend materiaal is is de stap om een ledje (LED=Light Emitting Diode, een licht-uitzendende diode, een lampje, zeg maar) te laten branden heel klein. Dit kan je doen met klei of met circuitjes op papier. Het internet staat er vol mee. Kosten (met een beetje zoeken) €0,04.

Knoopcelbatterij: Om een ledje aan de praat te krijgen heb je een batterij nodig. Deze zijn makkelijk hanteerbaar en goed te combineren met LEDs. Kosten (8) €2.

Geleidende garen: Om nog een project in Invent to Learn: Guide to Fun te kunnen doen heb je alleen dit materiaal nodig. Zo kan je textiel uitrusten met LEDjes, bijvoorbeeld een knuffel. Het patroon van de knuffel heb je eerst ontworpen en uitgesneden met de vinylsnijder natuurlijk. Kosten €3,5.


Al met al heb je een hele diverse set die weinig to geen onderhoud vergt. Het materiaal is duurzaam, toegankelijk en combineert goed met elkaar. De mogelijkheden zijn eindeloos. Het enige wat je nog echt mist is de verbeeldingskracht van kinderen. Je kunt hiermee, naast elf van de dertien projecten uit het boek, nog veel meer doen. Een interactieve robot, een controller ontwerpen, een interactieve knikkerbaan, T-shirts maken, glas graveren, stickers maken, geprogrammeerde patronen teken of uitsnijden, sjablonen maken, raamversiering maken…het is allemaal mogelijk. Ik noem de projecten in het boek met opzet niet, het punt lijkt me duidelijk. Met deze set is veel meer mogelijk dan alleen een 3D-printer. Ik hoop dat het een mooie manier om te beginnen is. Dichtbij met wat je al kent, wat je als hebt. Voor alle leerlingen bereikbaar. Begin met de projecten uit het boek, leer het materiaal, de apparatuur en de manier van werken kennen. Dan komen de ideeën daarna echt vanzelf. Veel plezier met het avontuur!

Hier de hele set als lijst.

De FABklas is weer begonnen!

LegoborddetailAfgelopen vrijdag was de eerste sessie van de FABklas in dit schooljaar. Het is alweer het derde jaar dat we draaien. Ik had de avond ervoor slecht geslapen maar dat bleek eigenlijk onnodig. Ondanks dat we best wat nieuwe leden hadden, was het meteen een goede sessie. Meer dan goed eigenlijk, er is een cultuur ontstaan. Elkaar helpen, bezig zijn, lachen en lekker eten. Het is allemaal normaal geworden. Het is nog steeds ontroerend om te zien hoe leerlingen uit verschillende lagen, niveau en leeftijd, van de school zo met elkaar bezig zijn. Het contrast tussen het de ontspannen sfeer en het soms keiharde leren is daarbij de bonus. En dat allemaal in hun vrije tijd op vrijdag van 16.00 tot 19.00 uur. Het idee van de FABklas werkt eigenlijk veel beter dan het ooit bedacht is en dat komt door alle geweldige mensen, leerlingen en docenten, die er hun energie instoppen.

Dat betekent niet dat het niet beter kan. Er zijn echt wel zaken die wat jeuk geven. Het echt afmaken van projecten blijft bijvoorbeeld achter bij wanneer we dit in ons reguliere programma doen. Hoe krijgen we de omgeving zover dat het uitnodigt om het project helemaal af te maken? Ik dacht aan een soort ‘Hall of Fame’ waarbij de producten worden vastgelegd. Misschien moet ik meer gebruik maken van de Spin van MIT die Arjan heeft geregeld. Het is nog zoeken naar een goede vorm, ik lees nog wat literatuur uit Stanford. Hét idee is er nog niet.

LegobordWat ons ook niet beviel was het leanboard. De FABklas kent met opzet heel weinig structuur. De structuur die er is, is geleend uit de LeerKRACHT methodiek. Het leanbord is een statusbord waaromheen we ons bij de start en het einde verzamelen. Het is simpel, we beginnen met de vraag hoe iedereen zich voelt. Daarna vertelt elke deelnemer kort wat hij/zij gaat doen en of er hulp nodig is. Aan het eind komen we allemaal even kort terug op het proces van die dag en werken de deelnemers een statusbalkje bij waar ze de vorderingen bijhouden. Het werkt eigelijk heel goed maar…het was zo’n lelijk bord! Twee kastdeuren zijn met whiteboardfolie omgetoverd tot leanboard. Die folie werkt niet, teksten zijn lastig te verwijderen, wanneer je een tekst verwijdert met meer moeite dan je van een whiteboard mag verwachten, blijven er vlekken achter. Kijk maar in dit filmpje. Dat kan anders en het kan beter. Het idee kwam ik in een tweet van een van de vele makerspaces die ik volg. Een leanboard van Lego! Gewoon wat Lego-grondplaten tegen de kast en daarna met steentjes letters maken. Voor het saaie zakelijk stuk van het bord heb ik voor degelijk rood gekozen.
We kunnen verder kort zijn. Het bord ziet er geweldig uit en alle deelnemers gingen er direct mee spelen. Helaas was de Lego al snel op. Wel echt een verbetering!

Een ander punt is dit blog. Het is ooit bedoeld als een plek voor de leerlingen om te gebruiken. Om hun vorderingen te delen. Dit is een belangrijk punt in de Maker Movement. Na twee jaar proberen weet ik dat een blog niet de juiste vorm is. Ik neem het ze niet kwalijk, ik sta ook enigszins op gespannen voet met het geschreven woord. Door een tweet van Rob van Bakel, de flipkoning uit Brabant (check hier zijn kanaal),  hoorde ik van een Boogie Board. Een simpel apparaat dat werkt als een digitaal notitieblok.

Het leek me in eerste instantie een geweldig apparaat voor in de les. Je kunt namelijk een aantekening maken en deze tegelijk, via je computer, op de beamer laten zien. Daarna kan je aantekeningen opslaan en bijvoorbeeld nog versturen naar een leerling die de les heeft gemist. Later bedacht ik me dat het zo superlaagdrempelig is. Het werkt snel en ook hier wil iedereen even mee rommelen. Een prima eigenschap wanneer je graag wat woorden van de deelnemers van de FABklas wil vangen. Daarnaast is het gewoon ook een fysiek ding.

Aan het begin van een sessie geef ik het fysiek apparaat aan één van de deelnemers. We hebben naast een kastmeester (degene die erop toeziet dat de FABklas-kast netjes blijft) nu ook een blogbeurt. Schrijf wat over je eigen project, ga als een reporter langs alle deelnemers, maar leg iets van deze sessie vast zodat we het kunnen delen. De opgeslagen notities komen in mijn Evernote waarna het maar een kleine stap is om die op dit blog te plaatsen. Best een briljant plan. Tot je thuis Evernote opent. Hieronder volgen een aantal van de opgeslagen notities. Niet allemaal dus. U kunt wellicht raden wat je allemaal kan uithalen als leerling. De details zal ik u besparen maar afgaande op wat ik zag is biologie een populair vak. Gelukkig maar! Hopelijk na elke sessie steeds meer een verbetering 🙂

Per-Ivar Kloen