Categorie: makered

Internet of Things-auto

Voor een autorijbewijs is het voorlopig nog te vroeg. Bovendien kosten die dingen duizenden euro’s. Daarom moeten we voorlopig maar klein beginnen. Dit blog gaat over de bouw van mijn vanaf internet bestuurbare auto.

Benodigdheden

Voor deze auto had ik een soort van mini-computer nodig. (o.a.) Een Raspberry PI was niet mogelijk, aangezien die in een stopcontact moet worden gestoken. Echte auto’s worden ook niet beperkt tot 10 meter rond het benzinestation. Ook daarom is een draagbare spanningsbron nodig (powerbank o.i.d.). Alles even op een rijtje:

  • mini-computer met I/O poorten,
  • een powerbank,
  • steekdraadjes/koperdraad met coating,
  • vrij zware motoren (mijne zijn uit een printer gesloopt) of lagetoerenmotor,
  • een aantal npn-transistoren gelijk aan het aantal motoren,
  • 4 wielen (2 het liefst bijbehorend bij de motoren),
  • een as (met lage wrijving) voor de andere wielen, zoals ijzerdraad,
  • een frame (denk aan hout, plexiglas etc.),
  • soldeertin + soldeerbout (+ ev. striptang) + lijmpistool

Onder de motorkap

De code

Ik heb door een workshop van Rolf Hut besloten via een Particle Photon mijn auto te besturen. Deze krijgt bericht van het internet – dit kan dus via een simpel http verzoek – en geeft vervolgens stroom door aan de juiste motoren d.m.v. van de juiste firmware.

De code voor de Photon kan door de eigenaar worden geflasht, deze code is dan ook zelf geschreven. In deze versie moeten wel handmatig de motoren in- en uitgeschakeld worden. Ook heb ik een (vrij simpele) website voor de bediening gemaakt. Je moet wel zelf in het html-bestand je device-id op de plek van my_device_id zetten en je acces-token op de plek van my_acces_token in regel 9, 13 ,17 en 21. De syntax van die regels zien er zo uit:

<form action="https://api.particle.io/v1/devices/my_device_id/forward?access_token="my_acces_token" id="vooruit" enctype="text/plain" method="post" target="bin">

Voel vrij om dit alles naar je zin om te bouwen.

Documentatie over de werking van de Photon kan je hier vinden. En om te flashen kan je hier een account aanmaken. Hier vind je ook je device-id en acces-token.

De bedrading

Nu de software in orde is, wordt het tijd om de boel aan elkaar te solderen, je kan nu kiezen of je het breadboard erop wilt houden of niet. Het is minder solderen, maar het neemt wel wat ruimte in. Houd hier dus rekening mee voor de buitenkant.

Soldeer om te beginnen aan beide motoren koperdraad/steekdraadjes, test de motoren met een batterij om te kijken of ze werken, en welke kant ze op bewegen. Noteer bij welke combinaties de motoren welke kant op draaien, om te voorkomen dat de motoren straks in tegenovergestelde richting bewegen. Vervolgens kan je de draadjes op de volgende manier solderen:
Het schakelschema

D2 en A2 zijn de data poorten waar we het signaal doorheen sturen, en de grote stroom komt vanaf VIN. Als je andere poorten wilt gebruiken (ik zou niet weten waarom) kan je dat in de code aanpassen.

Troubleshoot

Dit is alles betreft de binnenkant, dus als de Photon aangesloten is op de spanningsbron en op de wifi kan je met de website als het goed is de Photon besturen. Als dit niet het geval is, controleer dan nogmaals of:

  • De Photon is verbonden met de wifi,
  • De website linkt naar het goede device-id met het goede acces-token,
  • De goede firmware op de photon is geflasht,
  • Alles goed is gesoldeerd en elkaar niet aanraakt (kijk uit met de transistors!),
  • De poorten van de transistor kloppen

De motorkap zelf

Wat de buitenkant betreft ben ik vrij minimalistisch te werk gegaan, Ik heb onder het breadboard een houten plankje geplakt en daar vervolgens de wielen aan vast gemaakt, en vervolgens heb ik de powerbank er met tie wraps eraan vastgemaakt. Niet erg aerodynamisch dus.Auto met lagetoerenmotor

Voor een compacte auto raad ik dan ook aan het breadboard eraf te halen en draadjes direct aan de chip te solderen. Voor de wielen heb je de keuze tussen verschillende types banden. je kan beter dunne banden gebruiken als je de auto wilt laten draaien. Schuif de vooras eerst door je frame heen, en maak daarna de wielen eraan vast met lijm. De achterste wielen zijn het belangrijkst. Het liefst zijn de motor en het wiel een combinatie, zodat je ze goed aan elkaar vast kan monteren (of niet eens los hoeft te halen).

Bovenstaande auto kan alleen rechtdoor rijden, ook al laat je slechts één motor draaien. Ook omdat deze motors geen snelheidsbeesten zijn hoeft de aerodynamica van de auto niet fantastisch te zijn.

Het resultaat

Uiteindelijk heb je een auto die je ongeacht afstand en met elk slim apparaat kan besturen. Het enige wat nodig is is wifi en stroom. Zolang er genoeg stroom is hoef je nooit bij de auto in de buurt te komen, in tegenstelling tot de meeste race-autootjes met een controller. Je kan er ook voor kiezen een Electron te nemen. Deze is in plaats van aan wifi, aan 3G gekoppeld. 3G is tegenwoordig boven bijna al het landoppervlak aanwezig, dus is er qua afstand al helemaal geen limiet meer. En omdat dus overal 3G (of zelfs 4G) is weerhoudt niets ons ervan om ook een telefoon-/camerastandaard erop te monteren voor een live feed…
Lees verder

longboard diy

De Meesterproef

In de eerste klas tijdens science waren we al druk aan het fantaseren over wat we zouden maken, als het zover was.

En nu is het zover.

Hier keek ik al zes jaar naar uit. Hét moment om te laten zien wat je in de eerste drie jaar van je schoolcarrière bij science en de laatste twee of drie jaar bij NLT hebt geleerd. De uitgelezen kans om de geleerde technieken en vaardigheden in de praktijk toe te passen en je eigen project van A tot Z te regisseren en uit te voeren zonder enige vorm van regels of richtlijnen.

Ondanks de grote hoeveelheid hightech apparatuur die we in de sciencevleugel tot onze beschikking hebben, besloot ik een project te kiezen waarbij oldschool handwerk de boventoon zou voeren. Uitzondering op die door mij zelf gestelde regel is de lasercutter, want normaal gesproken laat ik geen kans lopen om (een van de twee :D) door mij geliefde lasercutters bij mijn project te betrekken, zo ook deze keer niet. Want een dag niet gelasercut, is een dag niet gelee(r/f)d 😉

Mijn project?
Mijn eigen longboard ontwerpen en bouwen…

En waar begin je dan?

Bij het ontwerp uiteraard! Ik begon met het uittekenen en uitdenken van een aantal ontwerpen en probeerde alle benodigdheden op papier te zetten. Omdat ik nog een beetje twijfelde over het ontwerp (wel/geen concave? Dropthrough of topmount? Wel/geen dropped deck? Welke shape?), liet ik meerdere opties open en besloot ik een globale schets te maken in plaats van een gedetailleerde tekening. Voor de foto’s, zie de galerij onderaan.

Omdat ik nog geen duidelijke visie had qua longboard ontwerp, heb ik een pers/mal gemaakt die ik in de lengte, breedte, hoogte en vorm aan kon passen. Zo is de mal geschikt om alle soorten longboards, snowboards, ski’s en andere boards te persen. De vorm van het board wat je wilt maken bepaal je door middel van uitneembare schotjes. Op veertien plekken in de pers heb ik gaten geboord voor schroefdraad, waardoor je de mal met behulp van moertjes steeds steviger kan aandraaien om meer kracht op het board uit te oefenen. Om de concave (bolling in de breedte) en convex (bolling in de lengte) van mijn toekomstige longboard precies te kunnen bepalen, heb ik in CoralDraw schotjes ontworpen van 30 cm breed met hoeveelheid concave die ik op verschillende plekken van het longboard wenste. Een aantal kleine reken- en ontwerpfoutjes en een hoop rekenwerk verder, was de pers klaar om gebruikt te worden.

Nu is het tijd om de lagen hout en glasvezel op elkaar te lijmen met epoxy. Een spannende stap, want epoxy is naar spul en je merkt pas bij het eindproduct of je genoeg epoxy tussen de houtlagen hebt gedaan. Voor mijn longboard heb ik vier lagen van 3mm dik Russisch berkentriplex met in het midden een laag glasvezel (voor de stevigheid) gebruikt. Als je flex (flexibiliteit) in je board wilt, is deze combinatie niet aan te raden, maar zelf wilde ik juist een stijf longboard. Nadat alle lagen op elkaar zaten, heb ik de plank (met hulp van Rolf en Anda, dank jullie wel 😉 ) in de pers gelegd en hebben we alle moeren zo strak mogelijk aangedraaid.

48 uur later is de epoxy uitgehard en het hout in de juiste vorm geperst, dus kan de plank uit de pers worden gehaald. Ik heb de plank met een figuurzaag in de juiste vorm gezaagd, maar na het zagen kwam ik erachter dat ik op een plek niet genoeg epoxy had gebruikt, waardoor de houtlagen een beetje loslieten van elkaar. Om dat op te lossen heb ik nog wat epoxy tussen de losgelaten lagen gesmeerd en de houtlagen met een hoop lijmklemmen op elkaar gedrukt. Een paar dagen later heb ik de klemmen eraf gehaald en bleek dat de lagen nu wel goed op elkaar gelijmd zijn. Gelukkig!

De plank had ik al globaal in de juiste vorm gezaagd en voordat ik ging schuren heb ik de puntjes op de i gezet met de figuurzaag en de schuurmachine. Met een kleine schuurmachine heb ik het hele board geschuurd en geprobeerd mijn plank zo symmetrisch mogelijk te maken, wat nog erg lastig bleek! Het is verstandig om tijdens zagen en schuren een mondkapje te dragen, zeker als je met glasvezel werkt. Glasvezel is naar. Geloof me. Maar goed, het hele longboard is nu geschuurd.

Ondertussen heb ik ook nog een testje gedaan met ledstrips onder epoxy, omdat ik onder mijn andere longboard ledlichtjes had bevestigd, en ik dacht dat ik ze misschien ook in dit longboard zou kunnen verwerken, maar dan ónder de laklaag. De test slaagde, maar uiteindelijk heb ik in mijn ontwerp geen ledstrips gebruikt.. Misschien bij een volgend board 😉

Ik heb hem mee naar huis genomen om te lakken, eerst één laag en met tussenpozen van 24 uur nog drie lagen erbij, zodat het hout mooi glimt en het board goed beschermd is tegen regen en andere Nederlandse ongemakken.

Nadat de lak gedroogd was, heb ik het board weer mee naar school genomen en heb ik geprobeerd de trucks evenwijdig aan elkaar op het board te plaatsen (wat best nog een een opgave is als je board niet precies symmetrisch is!). Eigenlijk durfde ik geen gaten in mijn prachtige boardje te boren, maar na een hele hoop nameten en twijfelen, zitten er nu acht geboorde gaten in en passen de trucks er perfect op!

Het uur voordat we ons eindproduct moesten presenteren heb ik mijn longboard afgemaakt (stress? Neehoor, het was precies zo gepland! 😉 ). Met de lasercutter heb ik een (zelfontworpen) palmboom en mijn initialen in het griptape gelasercut. Snel het griptape op mijn board plakken en de overtollige randen afsnijden en… Hij is klaar!

Mijn zelfgebouwde longboard is af! Stiekem is hij nog mooier geworden dan ik voor aanvang van dit project had durven dromen.. Na een aantal testritjes blijkt dat mijn board, naast heel mooi, ook nog een heel goed is! Hij rijdt lekker en soepel, een prima boardje dus! Het enige wat nog mist is een graphic aan de onderkant van mijn board, die ga ik komende week maken, samen met mijn broer. Als de tekening af is, krijgt dit blog waarschijnlijk nog een een update :)

Ik kan niet wachten tot mijn volgende project (misschien nog wel een klein longboardje), maar de komende maand gaan andere dingen even voor (iets van examens ofzo…) 😉

Zoveel meer te maken! Een alternatief voor…

camera_750Afgelopen weekend mocht ik meehelpen om op het Teacher Maker Camp de deelnemers te helpen hun idee te realiseren. Ik was “markercoach”. Normaal vind ik de rol van coach verschrikkelijk, maar dit weekend was het geweldig. Er waren 32 mensen uit het uit onderwijs bij elkaar gekomen, van PO, VO, MBO tot HBO, om de mogelijkheden van deze tijd te ervaren. Om een duik in de wereld te nemen van wat we nu Maker Education of Maakonderwijs noemen. Voor sommigen was het ook echt een duik in het diepe. Maar…het resultaat was geweldig! Dezelfde magische sfeer ontstond zoals die we ook zien bij leerlingen bij ons op school. Wat een motivatie en wat zijn er steile leercurve bedwongen! Daarover zullen hopelijk later de deelnemers nog bloggen. Als begeleider heb ik ook weer veer geleerd maar vooral enorm genoten.

En er viel mij wel iets op. Dat is de aanleiding voor deze blogpost.

Wat me opviel is dat bijna alle mensen met ervaring op het Teacher Maker Camp de 3D-printer niet echt serieus nemen. Best leuk, gave voorbeelden gezien maar duur, lastig, onhandig, traag, storingsgevoelig en onbevredigend. Wat mij betreft is dat (helaas) nog de 3D experience. Het is haast een soort lakmoesproef. Vind je de 3D-printer helemaal geweldig en geschikt voor het onderwijs dan heb je er nooit echt mee gewerkt. Of je hebt een hele dure. Tegelijkertijd is de 3D-printer hét apparaat waar iedereen opduikt. Wanneer je naar de verlanglijstjes vraagt staat deze vaak op nummer één. Als er dan een 3D-printer is weet men er vaak niet mee te werken. Dit hoorde ik van een aantal mensen in het PO. Dat is jammer. Er is veel geld geïnvesteerd, dan wil je ook resultaat.

In het PO is vooral het pakket van 3Dkanjers erg populair. Het is knap dat er zoveel leerlingen bereikt zijn met dit concept. Het werkt als volgt: je bouwt onder begeleiding een eigen 3D-printer. Daarna krijg je kort wat ondersteuning en toegang tot een digitale gemeenschap.(het feit dat die gemeenschap niet openbaar is, is overigens geheel tegen de principes van de Maker Movement).

3DP_3DklHet begin is dan ook te gek. Samen met je klas een echte 3D-printer bouwen, maakt ontzettend veel enthousiasme los. Ze begrijpen het apparaat en hij is meteen een beetje van hen. Dat gun je elke klas! Maar daarna… Dan staat er een apparaat dat je eigenlijk niet serieus kan nemen of in ieder geval heel erg eenzijdig is. Dan ebt het enthousiasme weg. En daar ben ik zo bang voor.

Daarom wil ik, ingeven door de vele vragen van leerkrachten wat te doen, wat te kopen, een alternatief geven. Een alternatief om op z’n minst veelzijdig te kunnen werken. Wanneer je toch een 3D-printer hebt of wil, koop dan bijvoorbeeld dit boek. Daar staan hele bruikbare ideeën in.

Je zou het volgende lijstje een mini-makerspace kunnen noemen. Het is aan te schaffen voor €2595, precies evenveel als het pakket van 3Dkanjers. Omdat sommige leerkrachten het prettig vinden wat ideeën te hebben om mee te starten heb ik leuke boek van Josh Burker als uitgangspunt genomen. Hier staan hele concrete lesideeën in die vaak breed in te zetten zijn. Overigens zijn over alle ideeën ook genoeg online bronnen te vinden.

Het lijstje is niet zaligmakend maar bedoeld als alternatief voor de eenzijdige 3D-printer. Eerst was er het idee om het de hoeveelheden zo te kiezen dat je altijd met een hele klas aan de slag kan. Dit heb ik losgelaten om toch een wat breder beeld te geven van de mogelijkheden.

Vinylsnijder: Bart Bakker (lees zijn blog!), de FabLab pionier, riep op het Teacher Maker Camp op dit apparaat te kopen. Hij heeft gelijk. Dit apparaat is geweldig: goedkoop, simpel en heel divers. Het is net als de 3D-printer een apparaat om aan digitale fabricage te doen. Leerlingen ontwerpen in de digitale wereld om het vervolgens fysiek in handen te hebben. Dat is iets enorm krachtigs. Het voordeel van de vinylsnijder is dat het ontwerpen 2D is. Dit is relatief makkelijk en iets wat kinderen al gewend zijn. Het meest simpel is het om bijvoorbeeld tekeningen te scannen en daarna uit te snijden. De stap daarna met een vectorprogramma zoals bv het gratis Inkscape, dingen te ontwerpen. Vaak zit er bij de snijder ook een simpel programma zoals bij de snijder die op dit lijstje staat, de Silhouette Cameo. Wat ook kan is het programmeren van plaatje met het gratis TurtleArt of Beetleblocks. Kosten voor een startpakket incl. materiaal: €309.

Transferpers: Een gouden combi met de vinylsnijder. Met een transferpers druk je speciaal materiaal op een t-shirt. Veilig en zonder textiel te verpesten. Je kunt leerlingen stukjes laten knippen en daarna persen, of je kunt een digitaal ontwerp uitsnijden met de vinylsnijder en daarna op stof persen. Kosten €300.

Hummingbird kit: Dit is een robotkit maar anders dan je denkt. Alle spullen om een robot te bouwen zitten erin: diverse motoren, sensoren, LEDjes. Wat ontbreekt is het bouwmateriaal. Daar wordt karton, tape, rietjes, papier-maché of wat je maar kan bedenken, voor gebruikt. Dit sluit vaak goed aan op wat er op school al is. Leerlingen kennen het materiaal. Alles wat je wilt maken, is mogelijk. Nadeel is dat er altijd een computer aan vast moet zitten. Het programmeren kan op heel veel manieren maar o.a. met Scratch. De programmeertaal (in het Nederlands!) voor het PO die ook thuis voor leerlingen gratis beschikbaar is. Over Scratch zou je alleen al bloggen kunnen volschrijven. Dat wordt gelukkig ook gedaan. Het is een hele levendige gemeenschap. De Hummingbird kit kan ook nog eens dubbelen als Arduino. De Arduino (of Genuino, zoals deze van heden heet buiten de USA) is een programmeerbare chip met ook een hele grote gemeenschap eromheen. Kortom van onderbouw tot leerkrachten inzetbaar. Kosten voor een klassenset (4 controllers en een stapel LEDs, motoren en sensoren) €935.

LEGO WeDO: Nog een robotset maar dan van LEGO. Een goedkoper alternatief dan de hummingbird kit. Deze staat in de lijst omdat er een project in het geweldige boek van Josh Burker staat, omdat leerkrachten er enthousiast over zijn en omdat je het LEGO dat er al op school is op een andere manier kan gebruiken. Er zit een simpele programmeeromgeving bij of je gebruikt weer Scratch! Mooi om als stap voor de Hummingbird kit te gebruiken. Kosten: €150.

MakeyMakey: Moet ik dit nog toelichten? De aanrakingsgevoelige controller die je op zoveel manieren kunt gebruiken! Met water, kopertape, potlood, papier, karton, klei…wat niet? Zonder programmeren maar ook met programmeren. Ook hier weer heel krachtig en simpel met Scratch. Zie je hoe Scratch als verbinding tussen te verschillende materialen kan dienen? Dat geeft nog meer mogelijkheden (handleiding hier) Een controller met de MakeyMakey waarmee je een robot bestuurt. Hieronder een voorbeeld. Wat mij betreft een vaste waarde voor elke school. Kosten €50.

Snijmat: Zoals uit de beschreven materialen naar voor komt is dat alles goed samengaat met papier en karton. Een goede snijmat is dan een must. Goedkoop en duurzaam. Kosten €10.

Snijmesje: Scherp en gevaarlijk. Dure mesjes zijn vaak beter hanteerbaar en daardoor minder gevaarlijk. Wij vinden dat je leerlingen hier vroeg mee moet leren omgaan. Kosten €10.

Kopertape: Wanneer je met een MakeyMakey werkt zijn geleidende materialen handig om in huis te hebben. Kopertape werkt goed en is makkelijk te krijgen. Aluminiumfolie en lijm werkt overigens ook. Ontwerp een schakelaar! Kosten €10.

Bare paint (geleidende verf): Hier gaat het zelfde op als voor de kopertape. Daarnaast kan je er ook mee schrijven of grotere oppervlakte mee doen. Het is ook handig voor de hoekjes en de gaatjes waar geleiding nodig is. Kosten €8.

LED: Wanneer er toch zoveel geleidend materiaal is is de stap om een ledje (LED=Light Emitting Diode, een licht-uitzendende diode, een lampje, zeg maar) te laten branden heel klein. Dit kan je doen met klei of met circuitjes op papier. Het internet staat er vol mee. Kosten (met een beetje zoeken) €0,04.

Knoopcelbatterij: Om een ledje aan de praat te krijgen heb je een batterij nodig. Deze zijn makkelijk hanteerbaar en goed te combineren met LEDs. Kosten (8) €2.

Geleidende garen: Om nog een project in Invent to Learn: Guide to Fun te kunnen doen heb je alleen dit materiaal nodig. Zo kan je textiel uitrusten met LEDjes, bijvoorbeeld een knuffel. Het patroon van de knuffel heb je eerst ontworpen en uitgesneden met de vinylsnijder natuurlijk. Kosten €3,5.


Al met al heb je een hele diverse set die weinig to geen onderhoud vergt. Het materiaal is duurzaam, toegankelijk en combineert goed met elkaar. De mogelijkheden zijn eindeloos. Het enige wat je nog echt mist is de verbeeldingskracht van kinderen. Je kunt hiermee, naast elf van de dertien projecten uit het boek, nog veel meer doen. Een interactieve robot, een controller ontwerpen, een interactieve knikkerbaan, T-shirts maken, glas graveren, stickers maken, geprogrammeerde patronen teken of uitsnijden, sjablonen maken, raamversiering maken…het is allemaal mogelijk. Ik noem de projecten in het boek met opzet niet, het punt lijkt me duidelijk. Met deze set is veel meer mogelijk dan alleen een 3D-printer. Ik hoop dat het een mooie manier om te beginnen is. Dichtbij met wat je al kent, wat je als hebt. Voor alle leerlingen bereikbaar. Begin met de projecten uit het boek, leer het materiaal, de apparatuur en de manier van werken kennen. Dan komen de ideeën daarna echt vanzelf. Veel plezier met het avontuur!

Hier de hele set als lijst.

De FABklas is weer begonnen!

LegoborddetailAfgelopen vrijdag was de eerste sessie van de FABklas in dit schooljaar. Het is alweer het derde jaar dat we draaien. Ik had de avond ervoor slecht geslapen maar dat bleek eigenlijk onnodig. Ondanks dat we best wat nieuwe leden hadden, was het meteen een goede sessie. Meer dan goed eigenlijk, er is een cultuur ontstaan. Elkaar helpen, bezig zijn, lachen en lekker eten. Het is allemaal normaal geworden. Het is nog steeds ontroerend om te zien hoe leerlingen uit verschillende lagen, niveau en leeftijd, van de school zo met elkaar bezig zijn. Het contrast tussen het de ontspannen sfeer en het soms keiharde leren is daarbij de bonus. En dat allemaal in hun vrije tijd op vrijdag van 16.00 tot 19.00 uur. Het idee van de FABklas werkt eigenlijk veel beter dan het ooit bedacht is en dat komt door alle geweldige mensen, leerlingen en docenten, die er hun energie instoppen.

Dat betekent niet dat het niet beter kan. Er zijn echt wel zaken die wat jeuk geven. Het echt afmaken van projecten blijft bijvoorbeeld achter bij wanneer we dit in ons reguliere programma doen. Hoe krijgen we de omgeving zover dat het uitnodigt om het project helemaal af te maken? Ik dacht aan een soort ‘Hall of Fame’ waarbij de producten worden vastgelegd. Misschien moet ik meer gebruik maken van de Spin van MIT die Arjan heeft geregeld. Het is nog zoeken naar een goede vorm, ik lees nog wat literatuur uit Stanford. Hét idee is er nog niet.

LegobordWat ons ook niet beviel was het leanboard. De FABklas kent met opzet heel weinig structuur. De structuur die er is, is geleend uit de LeerKRACHT methodiek. Het leanbord is een statusbord waaromheen we ons bij de start en het einde verzamelen. Het is simpel, we beginnen met de vraag hoe iedereen zich voelt. Daarna vertelt elke deelnemer kort wat hij/zij gaat doen en of er hulp nodig is. Aan het eind komen we allemaal even kort terug op het proces van die dag en werken de deelnemers een statusbalkje bij waar ze de vorderingen bijhouden. Het werkt eigelijk heel goed maar…het was zo’n lelijk bord! Twee kastdeuren zijn met whiteboardfolie omgetoverd tot leanboard. Die folie werkt niet, teksten zijn lastig te verwijderen, wanneer je een tekst verwijdert met meer moeite dan je van een whiteboard mag verwachten, blijven er vlekken achter. Kijk maar in dit filmpje. Dat kan anders en het kan beter. Het idee kwam ik in een tweet van een van de vele makerspaces die ik volg. Een leanboard van Lego! Gewoon wat Lego-grondplaten tegen de kast en daarna met steentjes letters maken. Voor het saaie zakelijk stuk van het bord heb ik voor degelijk rood gekozen.
We kunnen verder kort zijn. Het bord ziet er geweldig uit en alle deelnemers gingen er direct mee spelen. Helaas was de Lego al snel op. Wel echt een verbetering!

Een ander punt is dit blog. Het is ooit bedoeld als een plek voor de leerlingen om te gebruiken. Om hun vorderingen te delen. Dit is een belangrijk punt in de Maker Movement. Na twee jaar proberen weet ik dat een blog niet de juiste vorm is. Ik neem het ze niet kwalijk, ik sta ook enigszins op gespannen voet met het geschreven woord. Door een tweet van Rob van Bakel, de flipkoning uit Brabant (check hier zijn kanaal),  hoorde ik van een Boogie Board. Een simpel apparaat dat werkt als een digitaal notitieblok.

Het leek me in eerste instantie een geweldig apparaat voor in de les. Je kunt namelijk een aantekening maken en deze tegelijk, via je computer, op de beamer laten zien. Daarna kan je aantekeningen opslaan en bijvoorbeeld nog versturen naar een leerling die de les heeft gemist. Later bedacht ik me dat het zo superlaagdrempelig is. Het werkt snel en ook hier wil iedereen even mee rommelen. Een prima eigenschap wanneer je graag wat woorden van de deelnemers van de FABklas wil vangen. Daarnaast is het gewoon ook een fysiek ding.

Aan het begin van een sessie geef ik het fysiek apparaat aan één van de deelnemers. We hebben naast een kastmeester (degene die erop toeziet dat de FABklas-kast netjes blijft) nu ook een blogbeurt. Schrijf wat over je eigen project, ga als een reporter langs alle deelnemers, maar leg iets van deze sessie vast zodat we het kunnen delen. De opgeslagen notities komen in mijn Evernote waarna het maar een kleine stap is om die op dit blog te plaatsen. Best een briljant plan. Tot je thuis Evernote opent. Hieronder volgen een aantal van de opgeslagen notities. Niet allemaal dus. U kunt wellicht raden wat je allemaal kan uithalen als leerling. De details zal ik u besparen maar afgaande op wat ik zag is biologie een populair vak. Gelukkig maar! Hopelijk na elke sessie steeds meer een verbetering :-)

Per-Ivar Kloen

De beker van Victor

Schermafbeelding 2015-05-05 om 22.47.13Victor Hupe is een enthousiaste leerling van de FABklas. Hij zit in 5 VWO en was vanaf het begin (het schooljaar 2013/2014) bij de FABklas van de partij. Zijn eerste project was een houten fiets. Uren en uren heeft hij besteed aan het bestuderen van de fiets en het vertalen van de fietstechniek in hout. Een prachtig leerproces waarbij hij vooral alles zelf heeft uitgezocht en als resultaat had dat hij inderdaad een houten fiets maakte waar (heel voorzichtig) op te fietsen was. Hij heeft er de pers nog mee gehaald. Victor: “Mijn pa zei: maak bijvoorbeeld eens een fiets. Ik dacht: dat kan ik eigenlijk wel.

Een week of drie geleden lag Victor in bed en kom niet slapen, “dan komen de beste ideeën” Hij dacht aan de McDonalds beker die hij zojuist gehanteerd had. “Zou het niet gaaf zijn als er al een handafdruk in de beker zit?” Hij brainstormde de volgende dag wat met zijn pa. Conclusie: “Ik maak een beker met een gleuf erin. Voor kinderen. ”.

IMG_6682 Een beker dus die voor kinderhanden makkelijk vast te houden is. Eerste maakte hij een “negatieve beker” van een stuk makkelijk te bewerken balsahout. Met de schuurmachine en de zaagmachine was dit snel gemaakt. Met deze “negatieve beker” probeerde Victor een positieve beker te maken met de vacuümvormer. Deze vacuümvormer maakt een stuk plastic zo warm dat hij vervormbaar. Dat stuk plastic wordt over de vorm (in dit geval de beker) gelegd en de lucht wordt eronderuit getrokken. Dan wordt het plastic over de vorm heen getrokken.

BEKERHelaas werkte dit niet helemaal goed. Het was een te diep ontwerp: het plastic kon de bodem niet bereiken. Even met de docenten van de FABklas overlegd en besloten het te maken met de 3D printer. Het programma Tinkercad is daar uitermate geschikt voor. Victor leerde de basisbeginselen van het programma tijdens de informaticales in een lesuur; “heel handig dat het een online tool is, kon ik er overal aan werken. Na een paar iteraties Whatsappte Victor zijn FABklas leraar. Of hij het uit mocht komen printen. “Vanzelfsprekend!” is dan natuurlijk het antwoord. Samen met onze onvolprezen TOA, Rolf zette hij de betrouwbare Felix printer aan. Het is een prototype dus op de “slechtste” (lees meest grove) instellingen. Vier en half uur later was de printer klaar.

nichtjeneefjeNa even gecheckt te hebben of PLA “food safe” is (en dat is het), nam Victor het mee naar zijn neefje en nichtje. Laurens en Sophie. Na een beetje wennen voelde het voor beiden heel natuurlijk. Wel merkte Victor op dat het voor de grotere handen van Sophie iets lastiger was. Verder kent de beker nog wat scherpe randjes waar Victor nog aan wil werken.

Als hij helemaal af is, printen we hem nog een keer netjes en gaan dan eens kijken of we hem in een ander materiaal kunnen laten printen bij Shapeways bijvoorbeeld.

Hoe dan ook een schitterend voorbeeld van een leerling die zichzelf dingen leert om mooie dingen te maken.

Kijk! FABklassers!

In de reeks Jong geleerd 2.0 bracht Mijn Kind Online (onderdeel van Kennisnet) een nieuwe brochure uit over de mogelijkheden die Maker Education biedt aan het onderwijs.

Schermafbeelding-2015-03-18-om-21.10.44Met veel interviews: Berry Nieskens van het Hyperion, Robin Platjouw over zijn Makerslab op de Basisschool, Erik Hofmanover het vak Design & Innovation op het VMBO-TL Focus in Harderwijk en zijn leerling Robin die een app maakte, de twee leerlingen Jos en Joren die de Sudokuplotter maakten (en daar hier ook al over schreven) en Marten Hazelaar een van de docenten van de FABklas van de Populier en twee van zijn leerlingen: Lotte met haar zelfgemaakte bel en Victor met zijn houten fiets.

Zeer lezenswaardig en vol tips. Klik hier om de brochure te downloaden.

Geluiden uit de FABklas

Drumpads
Drumpads van Jonne

Het is de laatste tijd wat stil geweest op ons blog maar dat wil niet zeggen dat er niets is gebeurd! Integendeel, het gonsde en zoemde van bedrijvigheid in en rond de FABklas. We hebben in de tussentijd behoorlijk wat bezoek gehad. Onder andere natuurkunde docent en flip-de-klas koning Rob van Bakel kwam een kijkje nemen, net als Sjoerd Dirk Meijer, de uitvinder van Shrimpkey (homemade makeymakey). Beide waren super enthousiast! Inmiddels zijn er ook FABklassers op de gevoelige plaat vastgelegd. Wietse van Bruggen van Kennisnet is langs geweest om een film te maken over de FABklas en vijf FABklassers zijn naar de studio van Koos Breukel in Amsterdam afgereisd. Onze leerlingen hebben het geluk dat ze komend jaar op cover van hét onderwijsblad van12tot18 komen. Supergaaf natuurlijk!

We zijn heel blij met alle aandacht die we krijgen en hopen echt dat hierdoor veel mensen in aanraking met deze geweldige manier van onderwijs. Want daar is het ons om te doen!

Na elke bijeenkomst worden de leerlingen gevraagd een online formulier in te vullen met daarop drie vragen. Ben je tevreden over de bijeenkomst, heb je nog een tip voor de volgende keer en beschrijf in vijf zinnen wat je deze keer hebt gedaan. Hieronder volgen wat geluiden uit de FABklas. 

 

Het geluid van zagen

Fiets victor

Het zagende geluid komt van Victor! Hij is bezig met het maken van een houten fiets. Vaak werkt hij alleen in een aparte ruimte waar hij in no-time een dun laagje zaagsel om zich heen verzamelt. Victor (V4) werkt zeer zelfstandig en doelgericht aan zijn project. Dit zegt hij er zelf over:

Vandaag ben ik gaan werken aan een (dit keer houten) prototype voor mijn houten fiets. Ik heb nog een prototype gemaakt want als mijn fiets het in het klein doet weet ik zeker dat hij het ook in het groot doet en dat wist ik niet zeker met mijn andere prototype dat van een andere materiaal is. Ik kan de volgende keer misschien beginnen aan mijn echte fiets, ik moet nog even kijken hoe het allemaal loopt maar ik heb er wel nu al zin in!

Na de sessie waar het door Victor bestelde hout was binnengekomen was dit zijn reactie:

Ik begon vandaag met veel energie omdat ik veel wilde doen omdat ik voor het eerst aan mijn echte op ware grote houten fiets kon gaan werken. Ik begon met het tekenen van de stukken die ik vervolgens ging uit zagen. Mij werd op een zeker moment verteld dat het waarschijnlijk sneller zou gaan als ik de decoupeerzaag zou gebruiken. Dat bleek ook zou te zijn waardoor ik nu precies heb afgekregen wat ik deze les had willen doen. Ik ben dus SUPER tevreden.

Er zullen nog heel veel uitdagingen volgen om tot een werkende fiets te komen. Ik vertrouw erop dat hij die stuk voor stuk zal tackelen maar wat een plezier om hem zo aan het werk te zien.

Lees verder

Maken: de nieuwe iPad?

Seymour Papert
Seymour Papert

Onlangs zette René Kneyber in dit lijstje het maken tegenover de iPad . “Het maken is de nieuwe iPad”. In veel opzichten kan je de iPad tegenover het maken zetten. Het was de filosofie van Steve Jobs om een zo goed mogelijke gebruikerservaring te krijgen. Technologie keurig glad gestreken met zo min mogelijk haken en ogen. Het maken, en dan de computer binnen het maken in het bijzonder, moet volgens Papert zoveel mogelijk haken en ogen krijgen. Waar de iPad je zoveel mogelijk probeert weg te houden van de techniek nodigt Papert je uit die techniek juist te ontrafelen en je fantasie te gebruiken.

Precies met die reden is de Raspberry Pi ontworpen. Klooien met een een computer in de hoop meer kinderen met programmeren in aanraking te laten komen. Laat de computer doen wat jij wil of maak een computer die doet wat jij wil(zie filmpje). Het kan allemaal. Het is echt een te gek apparaat! Het mooie is, de Raspberry Pi kost maar €35. Wanneer je er een standalone computer van wilt maken, moet er nog wel toetsenbord, muis, wifi en monitor aan toegevoegd worden. In het totaal ben je dan per leerling voor €180 klaar. Hiermee heb je dan een computer waarmee leerlingen kunnen programmeren in Python, Scratch waarbij ze via de GPIO-pinnen iets in de buitenwereld (of v.v.) kunnen aansturen bijvoorbeeld een lamp. In de laatste versie draait Minecraft ook nog eens op de Pi.

Dat zette mij aan het denken. Wanneer scholen investeringen voor elkaar weten te krijgen om iPad klassen/lokalen/scholen te creëren dan moet het ook lukken om Maker klassen/lokalen/scholen te creëren. Hieronder rekening ik voor wat voor materiaal je kunt aanschaffen inplaats van een stapel iPads. Ik ga daarbij uit van een totale investering van 30 iPads = 30 x €400 = €12000

In het totaal voor deze set ben je €9000 kwijt. Dan is er nog €3000 over om allerlei materiaal van te kopen.

Wellicht is deze set wat te veel georiënteerd op de programmeer- en elektronicakant. Dit heeft als voordeel dat de gebruikskosten laag blijven en er toch veel mogelijk is. Wat ik ermee duidelijk wil maken is dat voor wie wil, de financiële drempel geen probleem hoeft te zijn. Wanneer je als school geld kunt vrijmaken voor een set iPads kun je daar ook een Makerlokaal, hackerspace, FABlab of hoe je het noemen wil, voor realiseren.

Maar de docenten/leerkrachten dan? Weten die wel hoe je daarmee moet werken? Vast niet allemaal maar dat is het mooie. De leerlingen voelen die drempel over het algemeen veel minder. Leer met de leerlingen en begin gewoon. Word je elk jaar een beetje beter.

Voor wie zelf verder wil rekenen: makerklas excelsheet met prijzen en linkjes.